
De gewone zwavelkop (Hypholoma fasciculare, synoniem: Psilocybe fascicularis) of het dwergzwavelkopje is een giftige paddenstoel die tot de familie Strophariaceae behoort.
Hoed
De hoed heeft een diameter van 2 tot 6 cm. De kleur is zwavelgeel met oranjebruin centrum. De top is iets donkerder, vaak getint met een bleke vosrood of oranjebruin. Er zijn vaak bleekgele tot donkerbruine schubjes (velumresten) aan de hoedrand. De vorm is aanvankelijk bolvormig, later plat uitgespreid, met een bult die vaak in het midden uitsteekt, soms is er ook een deuk.
Lamellen
De dicht op elkaar staande lamellen zijn eerst geelachtig, dan groenachtig en ten slotte olijfbruin van kleur en groeien wanneer ze rijp zijn. Soms zijn de paddenstoelen steriel, waarbij de lamellen in hun basiskleur heldergeel lijken.
Steel
De steel is 3 tot 10 cm lange, 4-10 mm dik, ; min of meer gelijk, of taps toelopend naar de basis, zwavelgeel met een zwakke ringzone en aan de voet oranjebruin. Van binnen is de steel hol.Geur en smaak
De smaak is bitter.
De paddenstoel is in Nederland algemeen en groeit in dichte groepen aan de voet van loof– of naaldbomen in bossen of plantsoenen. Hij wordt vaker aangetroffen op rottend loofhout vanwege het lagere ligninegehalte van dit hout in vergelijking met naaldhout. Het is een saprofiet.[2]
